Skip Navigation Links
Skip Navigation Links

Skip Navigation Links

Gelijke kansen op school

   Minimaliseren

Het decreet Gelijke Onderwijskansen (GOK) zag het levenslicht in september 2002. Dit geïntegreerd ondersteuningaanbod wil alle kinderen dezelfde optimale mogelijkheden bieden om te leren en zich te ontwikkelen. Het decreet wil tegelijk uitsluiting, sociale scheiding en discriminatie tegengaan en heeft daarom speciale aandacht voor kinderen uit kansarme milieus.

Het beleid rond Gelijke Onderwijskansen bestaat uit drie onderdelen:

  1. Inschrijvingsrecht (GOK I): het recht op inschrijving van een kind in een school naar keuze en de wijze waarop dit recht wordt verzekerd. De lokale Overlegplatforms (LOP) in Vlaanderen zijn de bewakers van het inschrijvingsrecht. Wat zij doen en wat het inschrijvingsrecht precies inhoudt, lees je verder.
  2. Zorg (GOK II): een geïntegreerd ondersteuningsaanbod dat de scholen toelaat een zorgbrede werking te ontwikkelen gericht op kansarme kinderen.
  3. Maatwerk in samenspraak (GOK III): Deze derde GOK-cyclus loopt tot en met het schooljaar 2010-2011. Het is een verderzetting van de tweede GOK-cyclus waarbij elke school via een GOK-actieplan zijn aandachtspunten kenbaar maakt en uitwerkt. 

Wat wil de overheid bereiken met een geïntegreerd ondersteuningsbeleid?

Scholen kunnen met het gelijke onderwijskansendecreet gerichter en op langere termijn werken aan de onderwijsachterstand van kansarme leerlingen en hun integratie bevorderen. Ze kunnen hiervoor rekenen op aanvullende middelen voor begeleiding en ondersteuning. Kinderen met minder ontwikkelingskansen krijgen hierdoor een betere ondersteuning.

Gaat uw kind naar het basisonderwijs of de eerste graad, tweede of derde graad van het secundair onderwijs, dan zal u bij de allereerste inschrijving een formulier krijgen met vragen over de sociale, culturele en economische toestand van het gezin. Op het eerste zicht vindt u deze vragen misschien wat ongewoon, maar uw kind heeft er alle belang bij dat u dit formulier zorgvuldig invult en terugbezorgt aan de school. De vragen hebben immers betrekking op de zogenaamde gelijkekansenindicatoren. Deze indicatoren bepalen of de school extra omkadering krijgt.

Welke kenmerken kunnen de school van mijn kind extra omkadering opleveren?

Er zijn vijf kenmerken of gelijkekansindicatoren:

  1. U bent binnenschipper, foorreiziger, circusuitbater, circusartiest of woonwagenbewoner.
  2. Als moeder heeft u geen diploma of studiegetuigschrift van het secundair onderwijs (of hiermee gelijkgesteld).
  3. Uw kind verblijft tijdelijk of permanent buiten het eigen gezin.
  4. Uw gezin ontvangt een schooltoelage.
  5. De taal die u samen thuis spreekt, is niet het Nederlands.

Een leerling die aan minstens één van deze kenmerken voldoet, noemen we een GOK-leerling; een leerling die aan geen enkel kenmerk voldoet, noemen we een niet-GOK-leerling.
In Brussel moet een leerling aan minstens één van de eerste vier kenmerken voldoen om een GOK-leerling te zijn; een leerling die aan geen enkel kenmerk voldoet of alleen niet het Nederlands spreekt thuis is een niet-GOK-leerling in Brussel.
 

Hoe kan de VCOV helpen?

  • Ouderinfotheek: goede praktijkvoorbeelden om als oudervereniging ook moeilijk bereikbare ouders te betrekken.

  • Ouderacademie: verschillende vormingsmodules gaan over het realiseren van gelijke kansen op school bijv. de vorming voor de ouderraad en schoolteam over het bereiken van moeilijk bereikbare ouders of de pedagogische studiedag over kansarmoedebeleid.

  • Meer dan een feestcomité: speel het diversityspel ontworpen door en voor allochtone scholieren (laatste jaar SO)

  • Stem voor ouders: 2 begeleiders diversiteit ondersteunen de ouders in de LOP's

  • Nieuwsbrief LOP & Diversiteit: deze drie-maandelijkse nieuwsbrief is een gezamenlijk initiatief van de ouderkoepels en tal van andere organisaties die werken rond diversiteit. 

 

Wat doet het LOP?

   Minimaliseren

Het Lokaal Overlegpltaform (LOP) heeft verschillende opdrachten. Een aantal van die opdrachten zijn door de overheid vastgelegd. De hoofdopdracht van een LOP is het bewaken van het inschrijvingsrecht. Zo moet een LOP in een aantal gevallen mee naar een oplossing zoeken als er problemen zijn met inschrijvingen en afspraken maken om aan meer gelijke kansen op school te werken.
Maar elk LOP werkt ook wel rond enkele thema’s die met gelijke kansen te maken hebben zoals huiswerkbeleid, schoolkosten, communicatie tussen ouders en school, ...

Wat houdt het inschrijvingsrecht precies in?

Het gelijke onderwijskansendecreet garandeert het recht op inschrijving van alle kinderen in het basis- en secundair onderwijs. Dit betekent dat u uw kind kan inschrijven in de school en/of vestigingsplaats van uw keuze. Is uw kind twaalf jaar of ouder, dan kiest u samen voor een school. Elke inschrijving is ten vroegste mogelijk op 1 september van het voorafgaande schooljaar. Dit is het schooljaar vóór uw kind in een welbepaalde school effectief zal school lopen.

Er zijn twee voorwaarden aan dit inschrijvingsrecht verbonden:

  1. Uw kind moet aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Hiermee bedoelen we o.a. de instapleeftijd voor het basisonderwijs, het inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs en het slagen in het onderliggende jaar voor het secundair onderwijs.
  2. U moet als ouder instemmen met het pedagogisch project en het schoolreglement, die u bij een eerste inschrijving worden voorgelegd.

Normaal gesproken stellen er zich dus weinig problemen bij de inschrijving van uw kind. Toch kan het gebeuren dat de school van uw keuze uw kind niet wil inschrijven. In welke (uitzonderlijke) gevallen dit kan, leest u hieronder.


Mag een school de inschrijving van mijn kind weigeren?

Een school kan slechts in enkele gevallen de inschrijving van uw kind weigeren:

  1. De school is ‘vol’. Dit betekent dat de vooropgestelde, maximale capaciteit bereikt is. Het schoolbestuur kan zelf – op basis van de materiële omstandigheden - bepalen wat de maximale capaciteit van de school, het niveau of het leerjaar is.
  2. Uw kind is ‘definitief uitgesloten’. Dit betekent dat uw kind het vorige of daaraan voorafgaande schooljaar via een tuchtprocedure uit de school werd verwijderd.
  3. Bepaalde secundaire scholen kunnen in de loop van het schooljaar leerlingen weigeren die in andere scholen werden uitgesloten. Dit kan enkel voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP. Er moeten vooraf duidelijke afspraken gemaakt zijn welke scholen mogen weigeren.
  4. Uw kind heeft een inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs en heeft specifiek onderwijs, verzorging of therapie nodig. Als ouder heeft u de keuze om uw kind in te schrijven in het gewoon of het buitengewoon onderwijs. Een school voor gewoon onderwijs kan uw kind weigeren als de eisen die aan de school gesteld worden verder gaan dan de mogelijkheden die de school te bieden heeft.
    Opgelet: indien uw kind leermoeilijkheden heeft, waardoor het georiënteerd wordt naar het buitengewoon onderwijs van het type 8, kan de school uw kind NIET om deze reden weigeren.

Welke voorrangscategorieën bestaan er?

Wanneer uw kind een broer of zus heeft die reeds ingeschreven is in dezelfde school, dan moet de school voorrang verlenen aan uw kind. Uw kind heeft in dit geval voorrang op inschrijvingen van andere nieuwe leerlingen.

Voor volgende groepen leerlingen kunnen scholen in het basisonderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs een voorrangsregeling invoeren.

  • Voor GOK-leerlingen: dat zijn leerlingen die aan één of meerdere van de gelijke kansenindicatoren of kenmerken voldoen.
  • Voor niet GOK-leerlingen in scholen die reeds heel wat GOK-leerlingen opvangen: dat zijn leerlingen die aan geen enkele gelijke kansenindicator of kenmerk voldoen.
  • Voor kinderen met thuistaal Nederlands in Brusselse scholen.

Wie beslist of een school voorrang verleent?

Alleen de voorrangsregeling voor broers en zussen is verplicht. Voor de andere groepen mag de school zelf kiezen of ze voorrang verleent en aan welke groep leerlingen ze voorrang verleent.
Het spreekt voor zich dat de school aan de ouders laat weten welke keuzes ze maakt in verband met voorrang verlenen en wanneer de voorrangsperiodes precies zullen lopen.
In lokale overlegplatforms (LOP’s) kunnen alle scholen uit de regio afspraken maken rond het vastleggen van gezamenlijke inschrijvingsperiodes, aanmeldingsprocedures , voorrangsregelingen én voorrangsperiodes.
Als het LOP hier voor uw gemeente of regio afspraken over maakte, dan vindt u die terug op www.lop.be en voor het Brussels Gewest op www.inschrijveninbrussel.be.

(Bron: www.ond.vlaanderen.be/gok)