DPCC: planning en coördinatie van het Katholiek onderwijsaanbod

Zoeken

DPCC: planning en coördinatie van het katholiek onderwijsaanbod

Ouders zetten zich op verschillende niveaus in voor de belangen van kinderen en jongeren. Sommige ouders zijn voornamelijk betrokken bij het onderwijs aan hun eigen kind, andere overstijgen dit door betrokken te zijn bij klas- en schoolactiviteiten. Dit kan in een (al dan niet formele) ouderwerking. Een beperkte groep ouders engageert zich in de schoolraad op het niveau van de school of in het medezeggenschapscollege op het niveau van de scholengemeenschap.
Weinig ouders weten dat zij ook op het niveau van het bisdom (of diocees) vertegenwoordigd zijn. Deze kerkrechtelijk afgebakende gebieden staan onder het bestuur van een bisschop. Per bisdom gebeurt de planning en coördinatie van het katholiek onderwijsaanbod in de Diocesane Plannings- en CoördinatieCommissie (DPCC). Je komt er hieronder meer over te weten!


1. Historiek

Na de Tweede Wereldoorlog gingen meer en meer jongeren naar het secundair onderwijs. Er waren ook in het algemeen meer kinderen waardoor er meer scholen werden opgericht. Dit gebeurde aanvankelijk niet echt geordend.
In 1958 kwam daar verandering in toen het toenmalig NSKO, Nationaal Secretariaat van het Katholiek Onderwijs, procedures uitwerkte voor de planning van het katholiek onderwijs. De beslissing tot oprichting van katholieke scholen en tot de programmatie van nieuwe studierichtingen gebeurde vanaf toen op het niveau van het bisdom (of diocees).
Dit duurde tot 1974 wanneer de bisschoppen hun planningsbevoegdheid overdroegen aan de DPCC’s, de diocesane plannings- en coördinatiecommissies. Vandaag nemen de DPCC’s nog steeds beslissingen die bepalend zijn voor het katholiek onderwijslandschap.


2. Samenstelling van de DPCC's

Per bisdom (of diocees) zijn er twee DPCC’s:

  • de DPCC-BaO voor het vrij katholiek gewoon en buitengewoon basisonderwijs;
  • de DPCC-SO voor het vrij katholiek gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.


In totaal zijn er 2 x 5 DPCC’s: Antwerpen, Brugge, Gent, Hasselt en Mechelen.

De DPCC is paritair samengesteld uit 16 leden met stemrecht:

  • de geleding ‘pastoraal’: 4 leden aangeduid door de Bisschop
  • de schoolbesturen: 4 leden aangeduid door het Diocesaan Comité van Afgevaardigden van de Schoolbesturen;
  • het personeel: 4 leden aangeduid door vakbond COV voor het basisonderwijs en COC voor het secundair onderwijs;
  • de ouders: 4 leden aangeduid door de VCOV.

Bij alle beslissingen wordt gestreefd naar een consensus. Lukt dat niet, dan is er een geheime stemming waarbij een 3/4e meerderheid (+1) nodig is om de knoop door te hakken.

Het mandaat van de leden duurt vier jaar en is hernieuwbaar.

De DPCC wordt voorgezeten door de Vicaris-generaal, de Bisschoppelijk Vicaris, de Bisschoppelijk gedelegeerde voor het onderwijs of zijn gemandateerde.


3. Bevoegdheden van de DPCC's

3.1 Planning van het onderwijsaanbod
Wanneer een schoolbestuur plannen heeft in verband met het oprichten of sluiten van scholen, moet het hiervoor een gemotiveerde aanvraag indienen bij de DPCC. Concreet gaat het over:

  • een structuurwijziging aan het onderwijs- en internaatsaanbod:


- oprichting van structuuronderdelen (een structuuronderdeel is een gemeenschappelijk begrip voor het eerste leerjaar A, eerste leerjaar B, basisoptie, beroepenveld, optie, specialisatiejaar, vervolmakingsjaar...)
Bijv. een secundaire school die de studierichting Latijn-Grieks wil oprichten, een internaat secundair onderwijs dat ook leerlingen-internen van het basisonderwijs wil inschrijven…
- overgang naar een gemengd internaat
- herstructurering van scholen, externaten, (semi-)internaten en vestigingsplaatsen: oprichting, afschaffing, fusie, afsplitsing, verhuizing, herlokalisering van het onderwijsaanbod, uitbreiding van niveau, toevoeging van graden…
Bijv. twee kleine basisscholen die willen fusioneren tot één school, een secundaire school die van haar eerste graad een aparte middenschool wil maken, een lagere school die een kleuterafdeling wil oprichten, een school voor buitengewoon onderwijs die een bijkomend type wil aanbieden, een school die wil verhuizen naar een ander gebouw…

  • een wijziging aan de samenstelling van scholengemeenschappen;
  • de programmatie van topsport;
  • de invoering van methode onderwijs;
  • de overdracht van katholieke scholen aan de gemeente/provincie of overname van gemeentelijke/provinciale scholen.


3.2. Wijziging schoolbesturen
De DPCC heeft het recht om advies te geven over de wijzigingen van schoolbesturen, bijv. bij de oprichting van een nieuwe vzw, fusie of splitsing van schoolbesturen…

3.3. Coördinatieopdracht
De DPCC waakt over de werking van de scholengemeenschappen en de coördinatie tussen scholen/scholengemeenschappen. Zo informeert de DPCC over het centraal en diocesaan planningsbeleid en legt de grenzen vast van de scholengemeenschappen. Bij onvoldoende onderling overleg of wanneer er geen consensus bereikt wordt, kan de DPCC een bemiddelende rol spelen.
 
3.4. Overleg met officiële instanties
Wanneer schoolbesturen overleg plegen met instanties die niet gebonden zijn aan de planningsprocedure van het katholiek onderwijs, informeren ze hier de DPCC over. De DPCC brengt dan een tussentijds advies uit.


4. Interne versus externe planningsprocedure

4.1. Interne planningsprocedure
De DPCC behoort tot de interne planningsprocedure van het katholiek onderwijs in Vlaanderen. Ze wordt voorafgegaan door:

  • twee advies- en overlegorganen op het niveau van de school: nl. de schoolraad en het lokaal onderhandelingscomité (LOC) (of de ondernemingsraad);
  • twee organen op het niveau van de scholengemeenschap, nl. het medezeggenschapscollege (als dat er is) en het onderhandelingscomité van de scholengemeenschap;
  • het advies van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen zelf. De DPCC mag geen beslissing nemen die tegen een formeel negatief advies ingaat.


Er wordt steeds een advies van de schoolraad en het LOC (voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren) en een advies van het medezeggenschapscollege of onderhandelingscomité (voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren) aan het aanvraagdossier toegevoegd. Bij een verdeeld of ongunstig advies moet een uittreksel uit de verslagen de standpunten van de verschillende geledingen weergeven. Wanneer dit ontbreekt, zal de DPCC de documenten opvragen.

4.2 Externe planningsprocedure
Sommige programmatie- en rationalisatieaanvragen moeten ook een externe planningsprocedure doorlopen. Dit gebeurt enkel als de DPCC het betreffende dossier goedkeurt. De externe planningsprocedure bestaat uit het inwinnen van advies bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) en de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR). Uiteindelijk is het de Vlaamse Regering die beslist.

Alle katholieke scholen die aangesloten zijn bij het Katholiek Onderwijs Vlaanderen moeten zich houden aan de voorgeschreven planningsprocedure én zich schikken naar de beslissing van de DPCC. Het is wel mogelijk beroep aan te tekenen, zowel door de aanvrager als door de bezwaarmaker. Een aanvraag met een negatieve beslissing kan zowel door de aanvrager als door het bestuur van een andere school. Een aanvraag met een negatief advies kan het jaar nadien opnieuw ingediend worden mits er bijkomende elementen aangereikt worden.

5. Relevantie voor ouders

Ouders komen in eerste instantie in aanraking met DPCC-materie als het betrekking heeft op de eigen school, bijv. wanneer het 5e en 6e leerjaar naar een andere locatie verhuizen, een vestiging gesloten wordt, een nieuwe studierichting wordt aangeboden… Dergelijke plannen worden op de schoolraad, en hieraan voorafgaand op de ouderraad, besproken.

Op het niveau van de scholengemeenschap wordt de rationele planning geagendeerd op het medezeggenschapscollege. Dit participatieorgaan is enkel nog verplicht als één van de geledingen erom vraagt. De zaken die er besproken worden belangen ouders nochtans aan!

De oprichting of afschaffing van scholen, vestigingen, studierichtingen… heeft gevolgen voor andere scholen in de buurt of in de regio. Stel dat school A een bepaalde richting wil aanbieden die reeds in school B aangeboden wordt, dan zal school B wellicht leerlingen verliezen. Daarom zal de DPCC in haar beslissingen steeds rekening houden met verschillende factoren: leerlingenaantallen en geboortecijfers, het bestaande studieaanbod in de omgeving en de rekruteringsgebieden, infrastructuur en investeringen, het aantal stageplaatsen in de omgeving…

In de nabije toekomst zullen we de huidige scholengemeenschappen zien veranderen in ‘schaalvergrote schoolbesturen’. Dit zal niets veranderen aan de grootte van de scholen, maar zij zullen zich organiseren in grotere entiteiten. De rol van de DPCC inzake planning en coördinatie zal misschien herbekeken worden, maar overleg zal hoe dan ook noodzakelijk blijven. De VCOV zal ervoor blijven pleiten dat in dit overleg de stem van ouders niet vergeten wordt.


6. Interesse?

In elke DPCC is plaats voor vier vertegenwoordigers van de ouders. De DPCC BaO komt ongeveer een tweetal keer per schooljaar samen, de DPCC SO iets meer naargelang de aanvragen. Aarzel niet om meer informatie te vragen als je interesse gewekt is. Je kan hiervoor het contactformulier op onze website gebruiken.

Op deze webpagina van Katholiek Onderwijs Vlaanderen vind je alle informatie over de interne en externe planningsprocedure op een rijtje.

Heb je een vraag voor VCOV? Contacteer ons!

Feedback geven